zondag 6 november
Na een slechte nacht en verontrust over wat Hans mij over Nienke verteld had, viel het niet mee om vanmorgen ´gewoon´ de dienst te doen. Direct na de dienst bleek dat Nienke mij op mijn mobiel gebeld had. Vanuit de consistoriekamer belde ik terug. 'Waar ben je?' 'In de kerk'. 'Shit, helemaal vergeten'. Of ik maar gauw wilde komen en schone was mee wilde nemen, want ze had niets meer.
Thuis nog een paar keer telefoon. 'Wat doe je met de poezen als ik er niet meer ben?' Ervoor zorgen.' 'Gelukkig. Want ze moeten wel bij elkaar blijven.'
Ze vertelde dat oom Hans gezegd had dat hij niet naar Parijs zou gaan als hij zou denken dat het niet goed met haar zou gaan, en dat ze de dokters zou vragen om nu eerst het gebied te bestralen dat met haar gezichtsvermogen te maken heeft. ' Ze moeten nu maar eens doen, wat ik wil. Anders werk ik niet mee aan publicatie over mijn ziekte.' Mooi, die strijdlustigheid!
Ze vroeg ook of ik al wat van Hans Tromp had gehoord. Niet dus. Ik belde hem op z'n mobiel, hij nam op vanuit een museum in Rome. Hij blijft daar de hele week nog.
Later nog weer een telefoontje: of ik Joop en Hans wilde vragen om vanmiddag ook te komen.
Zo zaten we 's middags met z'n vieren in het cafetaria. Nienke weer chocolademelk met slagroom, een kwark-gebakje en een saucijsenbroodje. Ze vertelde in het bijzijn van Joop en Hans precies wat ze in haar testament wilde zetten. Joop zal het opschrijven.
Ik vond het maar akelig, maar Nienke was heel nuchter. Ze wil haar zaken gewoon geregeld hebben. Misschien kan ze zich dan ook meer richten op beter worden. Dat bleek ook wel, want ik kreeg opdracht te zorgen dat de jalouzieen in haar slaapkamer gerepareerd zijn voor ze weer naar huis mag. Haar gezichtsvermogen blijft voor haar een grote zorg. Toen ik thuis kwam belde ze en moest ik op internet opzoeken, vanwaaruit in de hersenen het licht in je ogen binnenkomt. Dat bleek niet zo gemakkelijk te vinden. Ongeduldig hing ze op.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten