dinsdag 4 oktober 2005

Eindelijk een lumbaalpunctie

Woensdag 4 oktober
Tijdens de klinische ronde krijgt Nienke ter plekke een (lichte) aanval: spastiche trekken in haar gezicht. Aanschouwelijk onderwijs dus, waar volgens de student-assistent niet veel meer uitkwam dan wat dr. Vulink ons al gezegd had. ‘s Middags moet Nienke naar de oogarts. Jantina en Klaas Willem zijn op bezoek en brengen haar. Nienke kan wel lopen zegt de verpleging. Maar het is een heel eind en ze pakken halverwege een rolstoel. Jantina vertelt later dat Klaas Willem verontwaardigd is teruggegaan naar de afdeling. Hoe ze toch konden denken dat Nienke wel kon lopen naar de polikliniek. Om 16.00 uur ben ik er. Nienke is nog niet terug van de oogarts. Even na half vijf komt ze terug. Jeannette, verpleegkundige, heeft haar gehaald. Inde rolstoel. Nienke komt de rolstoel uit en slaat haar armen om me heen. Ze heeft bij de oogarts een zware aanval gehad, en is van streek. Dr. Vulink zegt dat ze ons nog wil spreken. Tegen vijf uur verschijnen er twee artsen in witte jas op de afdeling. Het zijn twee neurologen. We worden gehaald voor een gesprek, en horen van de vrouwelijke neuroloog, dat de oogarts druk vanuit de hersenen op het oog geconstateerd heeft. Reden om nu een lumbaalpunctie te doen. Dat gaan ze doen op de afdeling. Ik blijf op de gang wachten. Het duurt lang. Als ik naar binnen kan, ligt Nienke op een brancard. Ze kan niet goed praten. Ik krijg de indruk dat ze wel weet wat ze wil zeggen. We gaan naar haar kamer. Halverwege wil ze terug. Toch nog iets aan de dokter vragen? Ik roep de neuroloog op het moment dat hij de afdeling wil verlaten. Hij gaat mee naar Nienke’s kamer en legt nog het een en ander uit. Dat Nienke niet uit haar woorden, is volgens hem niet iets neurologisch. “Maar wat is het dan wel? vraag ik. Even later weet Nienke niet meer wat er die middag gebeurd is. Van het bezoek aan de oogarts, en van de ruggeprik kan ze zich niets meer herinneren. Dat zal de hele avond zo blijven. Jantina komt nog even langs, en schrikt ervan dat Nienke niets meer van die middag weet. Ze hangt wat dingen op het prikbord van Nienke. Nienke laat zich troosten. Ze ziet er ziek uit, is moe en uitgeput. Als Jantina en ik weer weg gaan is de deur weer dicht: ‘je hoeft me geen kusje te geven”.
‘s Avonds bel ik met de verpleging om te vragen hoe het met Nienke gaat. Ze blijkt bezoek te hebben gehad van Robbert van Mastrigt, een collega van 2Organize. Die herkende ze eerst niet.

Geen opmerkingen: